Hanze-historie

De naam ‘Hanze’ heeft een middeleeuwse achtergrond: het betekent ‘bewapende schare’ of ‘bewapende groep’. De Hanze is aan het begin van de 12e eeuw ontstaan als losse samenwerkingsverbanden van groepjes kooplieden. Door samen te werken konden de kooplieden elkaars belangen behartigen en ontstonden er handelsnetwerken. Dit was een geleidelijk proces waarbij steeds meer kooplieden zich aansloten. Het was aantrekkelijk om lid te zijn van de Hanze: er werd veel geld verdiend. De kooplieden bepaalden geheel zelf wat hun beleid was, trokken zich niets aan van de heersende macht en konden indien nodig hun handel gewapenderhand verdedigen. Op deze wijze werd de Hanze steeds machtiger en dat was even wennen voor de heersende bisschoppen, hertogen en stadsbestuurders: die keken wantrouwig naar de Hanze, ze hadden totaal geen grip op dit koopliedenverbond.

Toen de heersende macht door kreeg dat er met de Hanze veel geld was te verdienen, begonnen steeds meer steden de Hanze te steunen: ze stelden hun markten en havens open voor kooplieden van de Hanze. Zo ging de Hanze in de 13e eeuw van een koopliedenverbond over naar een verbond van middeleeuwse steden. Kooplieden werden in de gelegenheid gesteld om grote pakhuizen te bouwen in buitenlandse steden waar men veel handel mee dreef. Hanzesteden gaven elkaar soms vrijstelling van tolheffing en werden handelsbelemmeringen steeds verder opgeheven. Door deze samenwerking konden handelaren gemakkelijk toegang verkrijgen tot markten en havens van vele middeleeuwse steden in het westen en noorden van Europa.

Veel handelswaar werd over land vervoerd met grote karren, getrokken door vier tot zes paarden, soms naar Hanzesteden die ver in het achterland of aan verre kusten lagen. Dat was een risicovolle onderneming want op het platteland waren vele roversbenden actief. Bovendien kon je op zo’n kar maar een beperkte hoeveelheid handelswaar vervoeren. Door de toenemende handel ontstond al snel de behoefte om grote hoeveelheden handelswaar over grote afstanden te kunnen vervoeren. Als eerste begon de Hanze met het bouwen van grote zeeschepen: de Kogge. Dit stevige en prima zeewaardige schip werd gebruikt door alle Hanzesteden die toegang hadden tot de zee. Zo ook Kampen, dat heel strategisch gelegen was aan de monding van de IJssel, vlakbij de Zuiderzee. Zuidelijke zeeroutes vanuit Hanzestad Kampen liepen via de Zuiderzee naar Londen, Antwerpen, Gent, Brugge tot zelfs in Portugal. Noordelijke zeeroutes gingen naar Denemarken, Noorwegen, Noord-Duitsland, Zweden en alle landen aan de Oostzee.

Via de Maas, de Rijn en ook over land werden handelswaren als bijvoorbeeld glas, aardewerk, ijzerwaren, wijn, edelmetalen en molenstenen naar Hanzesteden langs de IJssel gebracht. Via de zuidelijke route kwamen Vlaamse lakenstoffen, koper, tin, lood en specerijen naar Kampen. En uit Frankrijk en Portugal werd veel zout gehaald. Zout was met name in het Oostzeegebied en de Noord-Duitse steden een erg begeerd en kostbaar product waar Kampen veel geld mee heeft verdiend. Nog steeds staan in Lübeck langs de rivier de Trave de mooie middeleeuwse zoutpakhuizen. Op de terugweg naar Kampen werd stokvis, haring, traan, huiden, teer mooie houtsoorten, bijenwas, honing, barnsteen en rogge meegebracht. Dit werd dan via de IJssel en over land naar het achterland verhandeld, soms tot ver buiten onze grenzen.

Regelmatig kwam het voor dat Koggen van de Hanze werden overvallen door kapers of door handelsconcurrenten. Koggen waren dan ook niet voor niets voorzien van een ‘kasteel’. Aan de kantelen van deze verhoogde opbouw kun je zien dat de bouwers hebben gekeken naar de kantelen van stenen kastelen die toen overal in het land te vinden waren. Verdedigers konden bij een aanval bescherming vinden achter deze kantelen, en konden ook zelf terugschieten met pijl en boog of een kruisboog. Op middeleeuwse afbeeldingen zie je dat ook knotsen, speren en zwaarden werden gebruikt. De bemanning kon zijn Kogge dus goed verdedigen.

Toch gingen er door toedoen van kapers of vijandige concurrentie schepen verloren, sneuvelden bemanningsleden en raakten kooplieden kostbare lading kwijt. Dat werd al snel bekend bij de kooplieden en in de verschillende Hanzesteden. De stad Lübeck riep dan een Hanzevergadering bijeen en er werd besloten een einde te maken aan deze bedreigende situatie. Afhankelijk van de grootte van de stad kreeg elke Hanzestad de opdracht om een voorgeschreven aantal soldaten te leveren. Grotere Hanzesteden moesten daarnaast ook één of meerdere Koggen leveren. Met geharnaste strijders en goed bewapende soldaten aan boord van een internationale vloot van Koggen bleek de Hanze zeer goed in staat samen om af te rekenen met vijanden. Koggen werden dus niet alleen als handelsschip gebruikt maar waren ook af en toe tijdelijk in gebruik als oorlogsschip.

Samenwerking bracht de Hanzesteden niet alleen grote welvaart, maar samen waren ze ook in staat hun belangen te verdedigen en zichzelf en hun handelswaar beter te beschermen. In de veertiende eeuw was de Hanze een grote economische macht en kon zelfs politieke invloed uitoefenen.