Campen

Ergens in de middeleeuwen is de stad Campen gesticht op een strategische plek aan de monding van de IJssel, aan de oever van de Zuiderzee. In welk jaar de stad werd gesticht is niet bekend, maar wel weten we dat Campen al vroeg een belangrijke stad was met internationale handelscontacten. In het Stadsarchief Kampen bevindt zich een ‘charter’ waarin koning Abel van Denemarken op 24 september 1251 aan Ommelandvaarders uit Campen een privilege verleent die de handel tussen Campen en Denemarken bevorderde. Bijzonder is dat de stad Campen een handelsverbond sloot met de koning van Denemarken en hertog van Jutland. Dat zegt iets over het belang en de invloed van de stad Campen in de middeleeuwse internationale handelswereld.

In die tijd gingen er nog wel eens koggen verloren: zeekaarten waren er niet, en in onbekende wateren kon je op een rots varen of op een ondiepte voor de kust vast komen te zitten. Het was gewoonterecht dat een gestrand schip eigendom werd van de betreffende landheer. Dus werd de gestrande kogge leeggehaald en gesloopt, de goederen gingen naar de landsheer. Handelaren raakten zo niet alleen hun kostbare handelswaar kwijt maar ook hun kogge ging definitief verloren, een enorme schadepost. Ommelandvaarders uit Campen waren zich hier erg van bewust, dus werd in het privilege met koning Abel afgesproken dat een gezonken kogge uit Campen altijd eigendom bleef van de stad Campen. Ook werd er voor kooplieden uit Campen een lager toltarief bedongen en werden voor hen de regels van de jaarmarkt op Schonen (Skanör) versoepeld. Campen kon zelfs op Skanör een handelspost (vitte) bouwen zodat de stad daar een permanente vertegenwoordiging had. Het wegnemen van handelsbelemmeringen was natuurlijk ook in het belang van Koning Abel: vanuit Campen werden veel goederen gebracht waar in Denemarken veel behoefte aan was: zout, glas, aardewerk, edele metalen, specerijen en lakenstoffen.

Campen heeft in het hele gebied van de Hanze privileges vastgelegd in charters; veel originele middeleeuwse charters zijn bewaard gebleven in het Stadsarchief Kampen.

De honderden steden binnen het enorm grote gebied van de Hanze (tegenwoordig verdeeld over 12 landen) waren gegroepeerd in een soort van geografische regio’s. Kampen behoorde tot het Westfaalse Kwartier waarvan eerst Dortmund en later Keulen de hoofdplaats was. Het was de bedoeling dat Hanzesteden van elk ‘Kwartier’ elkaar steunden en hun eigen regionale belangen behartigden. Binnen het Westfaalse Kwartier vormden de steden die handel dreven over de Zuiderzee weer een kleinere belangengroep, die bestond uit de Hanzesteden aan de IJssel, aangevuld met onder andere Elburg, Harderwijk, Arnhem, Nijmegen, Emmerik, Kleef en Wezel. Hieraan is ook te zien dat Kampen een cruciale verbinding vormde in de handel tussen het achterland van IJssel en Rijn en de zeeverbindingen naar de Noordzee en Oostzee. Vanuit Kampen waren er drie soorten handelsverbindingen met andere Hanzesteden: over zee (met een noordelijke en een zuidelijke route), over de rivieren IJssel en Rijn, en over land.